Buiten

Buiten

Ik weet niet hoe oud ik was toen ik mijn eerste rondje Mattenkade fietste. Ik reed op de groene fiets die mijn opa zelf had gemaakt. Samen met mijn ouders, mijn zusje achterop, reden we dit rondje door de polder. Als kind heb ik dit rondje heel vaak gefietst. Al vrij jong mochten mijn vriendinnetjes en ik dit rondje helemaal zelfstandig fietsen. We stopten altijd bij de molen en het poldergemaal. Een helling van traanplaat op het gemaal deed dienst als glijbaan. Soms hadden we iets te eten bij ons en konden we picknicken. Soms speelden we bij het gemaal. Het was normaal om als kind een rondje van zo’n negen kilometer te fietsen. Het hoorde bij het buitenspelen. Toen ik ouder was, werd de fiets vervangen door skates. Het gemaal werd vervangen door de McDonalds waar we een McFlurry met karamel en nootjes aten. En zo schaatsten we makkelijk een kilometer of vijftien bij elkaar voor een ijsje.

Fietsen was vanaf de middelbare school een verplicht onderdeel van de dagelijkse routine. Een kilometer of twaalf per dag door weer en wind. En natuurlijk, als het bar en boos was en de fietstocht langs de Rijn te gevaarlijk werd vanwege storm, werden we door een van de ouders naar school gebracht.

Buiten zijn, bewegen en buitenspelen waren de norm. Zoveel als kon was ik buiten hoewel de Nintendo (Duckhunt!) uiteraard ook lonkte. De puberteit temperde het enthousiasme ook. Buiten zijn in de natuur is dan niet per definitie cool.

Pas nu merk ik in wat voor rijkdom en vrijheid ik ben opgegroeid. Bewegen was geen ‘moetje’ omdat het gezond is. Het hoorde er gewoon bij. Het was wat je nu eenmaal deed. Samen met vriendjes, vriendinnetjes en buurkinderen.

Ik voel me een beetje een oude zeur nu ik dit zo opschrijf. Alsof vroeger alles beter was. Dat wil ik dan ook zeker niet beweren. Maar ik zie wel minder kinderen buiten en berichten over het verhogen van het aantal uur lichamelijke opvoeding op scholen.

Ik heb vandaag het rondje Mattenkade gewandeld en alle mooie herinneringen kwamen boven. Ik gun het wel elk kind en elk mens om zoveel mogelijk tijd buiten door te brengen. Om te ravotten in de natuur, op avontuur te gaan met vriendjes en vriendinnetjes zonder papa en mama. Om je knieën kapot te vallen omdat het een goed idee lijkt om te rolschaatsen over een grindpad. Om op zoek te gaan naar ringslangen en adders omdat het gerucht ging dat die in de ‘natuurtuin’ zaten, om vervolgens onder de modder thuis te komen.

Die rijkdom, dat avontuur en onbezorgdheid. Ik gun het elk kind. Waar bewegen en buiten zijn normaal zijn. Zou dat nog haalbaar zijn?

Back To Top