Paniek

Paniek

Rechtsaf de polder in, vol aanzetten.

De lucht voelt zwaar door het naderend onweer. De zuurstofdeeltjes lijken extra dicht tegen elkaar aangeplakt en laten zich maar met moeite opnemen door haar longen. Het landschap trek als een grijze streep aan Saar voorbij terwijl ze als een bezetene fietst. Ze is op de vlucht voor dat ene gevoel dat ze maar al te goed kent.

Remmen, scherpe bocht naar rechts, snel doortrappen.

De smalle Ruigekade is nergens vlak want de wortels van de rij bomen langs de landweg hebben de asfaltstrook opengebroken. In Saars lijf neemt de spanning toe terwijl ze uit alle macht haar stuur recht probeert te houden. De gejaagde energie rond haar bonkende hart neemt in intensiteit toe en tranen beginnen te branden in haar ogen. Ze is verliefd maar in plaats van zich euforisch te voelen, hebben paniek en angst bezitgenomen van Saar.

Linksaf, terugschakelen, heuveltje op bij de molen.

Er staan geen bomen meer langs de weg. Het asfalt is vlak en snel. Saar probeert nog harder aan te zetten in een poging de paniek uit haar lichaam te weg te trappen maar haar benen weigeren zich verder in te spannen. In de verte hoort ze de wolken al donderen. Haar tranen breken nu helemaal door en vormen horizontale strepen vanuit haar ooghoeken.

De eerste bliksemschicht tegen de donkergrijze hemel haalt Saar uit haar tunnelvisie. Met de daarop volgende donderklap kan ze eindelijk weer nadenken. De waas die deze verliefdheid met zich meebrengt maakt plaats voor het heldere besef dat ze in een open weiland fietst terwijl er een zware onweersbui losbarst.

Verzuurde benen, toch doortrappen!

Grote regendruppels vallen steeds sneller naar beneden terwijl de wind aantrekt. Saar kijkt om zich heen, op zoek naar een plek om te schuilen, maar ze ziet alleen maar weiland. Dan verliest ze plotsklaps alle kracht in haar lijf en ze kan niets anders dan stoppen met fietsen. Ze barst opnieuw tranen uit. Felle bliksemschichten volgen elkaar steeds sneller op en Saar realiseert zich dat ze nergens beschutting zal vinden. Het huis dat ze ontvluchtte, haar veilige thuis, lijkt mijlenverweg. Het enige dat in haar opkomt, is plat op haar buik in het natte gras gaan liggen, wachten en huilen tot alles voorbij is. Het onweer, de regen en de paniek.

Back To Top